Kleurtaal
Hoe bruikbaar is het normale taalgebruik waar het gaat om kleur?
Hieronder staan een aantal kleurstalen. Erboven staat een gebruikelijke kleurnaam, eronder de interpretaties daarvan uit drie verschillende kleurcollecties.
hemelblauw

Trespa Athlon
RAL
Histor
lichtblauw

RAL
Trespa Athlon
Mosa
olijfgroen

Colorcoat HP200
Trespa Athlon
Histor
Ivoor

Trespa Athlon
RAL
Mosa
Een goede kleurcommunicatie valt of staat bij goed taalgebruik. Over het algemeen gebruikt men drie aanduidingen, drie kleurkenmerken, om een kleur te beschrijven: lichtheid (ook wel: helderheid), verzadiging en toon.
Voor het gemak kan het gehele spectrum van kleuren worden weergegeven in een kegelvorm.In de as van de kegel bevinden zich de grijzen. Naar boven toe worden de kleuren licht, naar onder worden ze donker. Naar buiten toe worden de kleuren levendiger van kleur.
De kleurkenmerken zijn van de kegel af te lezen. Bovenin de kegel bevinden zich de kleuren met maximale lichtheid, onderin de kleuren met minimum lichtheid. Dicht tegen de as bevinden zich de kleuren met minimum verzadiging, naar buiten toe wordt de verzadiging maximaal. In een cirkel rond de as komt men de verschillende kleurtonen tegen, samen vormen deze de kleurencirkel. Hoe kan men nu dit model gebruiken om kleuren te beschrijven?
In de kegel is een driehoek afgebakend. Alle punten binnen de driehoek bevinden zich op dezelfde hoek rond de as. Dat betekend dat alle kleuren binnen de driehoek dezelfde kleurtoon hebben. In het rijtje kleuren onder de illustratie zijn een aantal van de kleuren uit de driehoek zichtbaar, allen met dezelfde kleurtoon.
In de kegel is een band afgebakend waarvan alle punten dezelfde afstand tot de as hebben. Hieruit volgt dat alle kleuren op de band dezelfde verzadiging hebben. De kleuren in het rijtje zijn allen afkomstig van de band en hebben dus dezelfde verzadiging. In plaats van verzadiging wordt soms ook de term chromaticiteit gebruikt.
In de kegel is een cirkelvormig vlak afgebakend waarvan alle punten dezelfde hoogte hebben. Alle kleuren op het vlak hebben daarom dezelfde lichtheid, zoals zichtbaar in het rijtje kleuren.
In plaats van lichtheid wordt ook wel de term helderheid gebruikt. Hiermee wordt vaak hetzelfde bedoeld, hoewel helderheid meestal betrekking heeft op de kleur van licht. Ook kan men de termen grijswaarde en witgehalte tegenkomen waarmee ook ongeveer hetzelfde wordt bedoeld als lichtheid. Het verschil in termen is te verklaren door een verschil in definities. Witgehalte bijvoorbeeld wordt net even anders gedefinieerd dan lichtheid
|